wennen

Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang

werkwoorda2
Vertaling
wennen
Uitspraak: /ˈʋɛnə(n)/
Voorbeeld
Het kost tijd om aan een nieuwe omgeving te wennen.
Vervoeging
ikwen
jijwent
hijwent
wijwennen
julliewennen
zijwennen
Verleden tijd
wende / wenden
Voltooid deelwoord
hebbengewend
Gebiedende wijs
wen
Voorwaardelijke wijs
zou wennen
Toekomende tijd
zal wennen