werpen

Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang

werkwoordb1
Vertaling
to throw
Uitspraak: /ˈʋɛr.pə(n)/
Voorbeeld
Hij kan de bal ver werpen.
Vervoeging
ikwerp
jijwerpt
hijwerpt
wijwerpen
julliewerpen
zijwerpen
Verleden tijd
wierp / wierpen
Voltooid deelwoord
hebbengeworpen
Gebiedende wijs
werp
Voorwaardelijke wijs
zou werpen
Toekomende tijd
zal werpen