weten
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
werkwoorda1
Vertaling
weten
Uitspraak: /ˈʋeː.tə(n)/
Voorbeeld
Ik wil graag weten hoe laat het is.
Vervoeging
| ik | weet |
| jij | weet |
| hij | weet |
| wij | weten |
| jullie | weten |
| zij | weten |
Verleden tijd
wist / wisten
Voltooid deelwoord
hebbengeweten
Gebiedende wijs
weet
Voorwaardelijke wijs
zou weten
Toekomende tijd
zal weten