wijzen

Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang

werkwoorda1
Vertaling
wijzen
Uitspraak: /ˈʋɛi̯.zə(n)/
Voorbeeld
Hij wijst naar de kaart op de muur.
Vervoeging
ikwijs
jijwijst
hijwijst
wijwijzen
julliewijzen
zijwijzen
Verleden tijd
wees / wezen
Voltooid deelwoord
hebbengewezen
Gebiedende wijs
wijs
Voorwaardelijke wijs
zou wijzen
Toekomende tijd
zal wijzen
zelfstandig naamwoorda1
Vertaling
wijzen
Uitspraak: /ˈʋɛizən/
Voorbeeld
De wijzen uit het Oosten brachten geschenken.