winnaar

Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang

zelfstandig naamwoorda2
de
Vertaling
winnaar
Uitspraak: /ˈʋɪnaːr/
Voorbeeld
De winnaar van de wedstrijd kreeg een trofee.
Meervoud
winnaars
Verkleinwoord
winnaartje