wisselen

Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang

werkwoorda2
Vertaling
wisselen
Uitspraak: /ˈʋɪ.sə.lə(n)/
Voorbeeld
Kun je geld wisselen voor mij?
Vervoeging
ikwissel
jijwisselt
hijwisselt
wijwisselen
julliewisselen
zijwisselen
Verleden tijd
wisselde / wisselden
Voltooid deelwoord
hebbengewisseld
Gebiedende wijs
wissel
Voorwaardelijke wijs
zou wisselen
Toekomende tijd
zal wisselen