zenden
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
werkwoorda2
Vertaling
to send
Uitspraak: /ˈzɛn.də(n)/
Voorbeeld
Ik zal je een kaartje zenden.
Vervoeging
| ik | zend |
| jij | zendt |
| hij | zendt |
| wij | zenden |
| jullie | zenden |
| zij | zenden |
Verleden tijd
zond / zonden
Voltooid deelwoord
hebbengezonden
Gebiedende wijs
zend
Voorwaardelijke wijs
zou zenden
Toekomende tijd
zal zenden