zicht

Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang

zelfstandig naamwoordb1
het
Vertaling
zicht
Uitspraak: /zɪxt/
Voorbeeld
Het zicht was slecht door de mist.
Meervoud
zichten
Verkleinwoord
zichtje