zien

Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang

werkwoorda1
Vertaling
zien
Uitspraak: /zin/
Voorbeeld
Ik kan de bergen vanaf hier zien.
Vervoeging
ikzie
jijziet
hijziet
wijzien
julliezien
zijzien
Verleden tijd
zag / zagen
Voltooid deelwoord
hebbengezien
Gebiedende wijs
zie
Voorwaardelijke wijs
zou zien
Toekomende tijd
zal zien