zijn
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
werkwoorda1
Vertaling
zijn
Uitspraak: /zɛin/
Voorbeeld
Ik ben blij dat je hier bent.
Vervoeging
| ik | ben |
| jij | bent |
| hij | is |
| wij | zijn |
| jullie | zijn |
| zij | zijn |
Verleden tijd
was / waren
Voltooid deelwoord
zijngeweest
Gebiedende wijs
wees
Voorwaardelijke wijs
zou zijn
Toekomende tijd
zal zijn
voornaamwoorda1
Vertaling
zijn
Uitspraak: /zɛin/
Voorbeeld
Zijn auto is nieuw.