zinken

Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang

werkwoordb1
Vertaling
to sink
Uitspraak: /ˈzɪŋ.kə(n)/
Voorbeeld
De steen begon te zinken in het water.
Vervoeging
ikzink
jijzinkt
hijzinkt
wijzinken
julliezinken
zijzinken
Verleden tijd
zonk / zonken
Voltooid deelwoord
zijngezonken
Gebiedende wijs
zink
Voorwaardelijke wijs
zou zinken
Toekomende tijd
zal zinken