zondag

Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang

zelfstandig naamwoorda1
de
Vertaling
zondag
Uitspraak: /ˈzɔndɑx/
Voorbeeld
Op zondag rust ik uit en lees ik een boek.
Meervoud
zondagen
Verkleinwoord
zondagsje