zwijgen
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
werkwoordb1
Vertaling
zwijgen
Uitspraak: /ˈzʋɛi̯.ɣə(n)/
Voorbeeld
Hij besloot te zwijgen over het incident.
Vervoeging
| ik | zwijg |
| jij | zwijgt |
| hij | zwijgt |
| wij | zwijgen |
| jullie | zwijgen |
| zij | zwijgen |
Verleden tijd
zweeg / zwegen
Voltooid deelwoord
hebbengezwegen
Gebiedende wijs
zwijg
Voorwaardelijke wijs
zou zwijgen
Toekomende tijd
zal zwijgen